Raymond Atteveld

 

Het gaat niet om geldelijke investeringen. Het gaat om het gevoel
Toen Raymond Atteveld bij Roda JC assistent-trainer en later trainer was, ging 70% van de speeltijd naar buitenlanders. Het is ook wel eens voorgekomen dat er geen enkele Nederlander in de basis stond. Het spreekt voor zich dat zoveel verschillende culturen en waarden, een hoop flexibiliteit vergt. In een interview vertelt Raymond hoe hij daarmee omging.

Enerzijds een goed gevoel geven, anderzijds mee in de discipline

Spelers hebben twee omgevingen: privé en bij de club. Ze hebben een beperkt aantal uren bij de club. Je wil dan spelers een goed gevoel geven en tegelijkertijd de discipline behouden. Het zijn vaak toch jonge jongens. Die hebben aandacht nodig. Daar moet je mensen voor vrijmaken. Het gaat niet om geldelijke investeringen. Het gaat om het gevoel. En daarnaast moeten ze mee in de discipline.

Het is een tweeledig verhaal. Plus beide partijen zullen zich moeten inleven in de ander en zich een beetje aan moeten passen.

Je moet vooral niet vergeten dat je zo’n -vaak jonge- jongen uit z’n eigen vertrouwde omgeving haalt. Ieder contact is dan fijn om te hebben. Spelers die zich prettig voelen die spelen beter. Dat is bekend. Daarom moet je ook niet denken dat ze het ‘wel redden’. Ze hebben begeleiding nodig; je moet er alles voor doen dat die jongens zich thuis gaan voelen. Niet alleen bij de club, ook thuis.

Toen ik bijvoorbeeld bij Everton ging voetballen, was ik zelf een broekie. Op zich hadden ze daar dezelfde gewoontes, maar toch ook een andere manier van trainen. Het was daar goed geregeld. Zij regelden alles. Ik mocht me alleen focussen op voetbal. En zij regelden ook alles, zelfs Nederlandse televisie. Bovendien klopten elke avond wel spelers op mijn deur. We gingen naar supportersavonden, hapjes eten, op stap. Dan ben je snel geïntegreerd. Achteraf bleek het ook voor hen een excuus om het huis uit te gaan ;-).”

Nederlands als maatstaf

“Wij hebben ervoor gekozen om de Nederlandse taal tot de gemeenschappelijk taal te maken. Zoveel spelers spraken verschillende talen. De Ivorianen spraken Frans, de Nigerianen Engels. Je moet een taal kiezen. Miscommunicatie heb je toch wel, ook als je een andere taal zou kiezen. We hadden gelukkig ook tweetalige Belgen die makkelijk dingen konden vertalen, indien nodig.

De Nederlandse les was verplicht en we stimuleerden de jongens ook interviews te geven in het Nederlands. Soms denken journalisten een speler te helpen door snel over te stappen naar hun taal van herkomst. Als voorbeeld: Sekou Cissé  gaf een interview in het Nederlands en de betreffende journalist ‘helpt’ hem door vragen in het Frans te stellen. Dat zie je vaker. Hier heeft een speler natuurlijk niks aan. Ze moeten het leren.”

Respect voor elkaar en elkaars gewoonten

Vanwege de vele buitenlanders in ons team, hadden we hier ook persoonlijke begeleiding voor. Plus een voordeel een groot aantal buitenlanders, is dat er altijd iemand al langer is en dat ze elkaar onderling veel kunnen helpen. Zo integreren ze makkelijker; andere jongens kennen de omgangsvormen al, weten waar de nieuwe spelers doorheen gaan en wat hen kan helpen.

Wij hebben daarnaast ervoor gekozen om hen veel vrijheid te geven. Zo wilde een aantal spelers op vrijdag in gewaden lopen. Dat vonden we prima. Soms dolden we daar wel eens over, maar dat kon omdat de basis open en respectvol was. We hadden begrip voor elkaars gewoonten. We hebben toen op een gegeven moment zelf ook gewaden laten maken, voor de grap. En zo kon het zo zijn dat we op een vrijdag rondliepen in een Roda gewaad. Het komt erop neer dat je mensen in hun waarde moet laten en er tegelijkertijd bovenop moet zitten als het nodig is.

Zoveel mensen, zoveel wensen. Hoe ga je ermee om?

Een goede wedstrijdvoorbereiding is belangrijk. Nederlanders zijn rustig en ingetogen, terwijl Afrikanen graag muziek maken en dansen. Als die stijlen zo uit elkaar liggen. Wat doe je dan?

“In de voorbereiding wil je dat iedereen het beste uit zichzelf kan halen. Doe je dat met de ghettoblaster aan of in volle rust? Dat bespreek je open met de groep. Hoe doen we dat? Willen we wel of geen muziek? En inderdaad in Afrika bereiden ze zich anders voor: Cissé vertelde me hoe dat ging bij de nationale ploeg: niemand zit daar in de bus, iedereen staat te dansen met Drogba voorop.

Wat ik ook belangrijk vind bij de wedstrijdbespreking is de check of spelers ook daadwerkelijk snappen wat je zegt. Vaak knikken ze gewoon ja, wat je ook zegt. De Belgen vertaalden het dan bijvoorbeeld in het Frans, en dan mochten ze het zelf in het Nederlands of Frans weer vertellen. Het kost meer tijd in de voorbereiding, maar dat is wel belangrijk voor de uitvoering. Wij gebruikten ook veel visuele middelen, zoals videomateriaal en PowerPoints om zo het begrip te vergroten.”

 


No comments yet.

Leave a Reply